Shelly J. Lane, PhD, OTR, Colorado State University

Ergotherapeut en neuropsycholoog A. Jean Ayres legde in de jaren 60 van de vorige eeuw de basis voor het ontwikkelen van theorie, diagnostiek en behandeling rond sensorische integratie. Ze werd gedreven door een verlangen om de leerproblemen van de kinderen die ze behandelde beter te begrijpen. Haar focus lag aanvankelijk op de ontwikkeling van tests die inzicht konden geven in deze problemen.

Ayres begon met het testen van de visuele perceptie. Ze realiseerde zich echter dat de basis voor visuele perceptie in andere sensorische systemen ligt en begon de vestibulaire en proprioceptieve systemen te onderzoeken. Haar drijfveer was altijd om neurowetenschappelijk bewijs te koppelen aan de leer- en gedragsproblemen van kinderen.

Er is veel gebeurd sinds Ayres begon; onze kennis van het zenuwstelsel is exponentieel gegroeid en ons begrip van de basis van sensorische integratie is ook uitgebreid. Veel van de hypothetische verbanden tussen hersenen en gedrag die Ayres had uitgewerkt, werden bevestigd. Zij stelde bijvoorbeeld dat visuele perceptie en motorische vaardigheden het leren en de executieve functies ondersteunen. Op hun beurt zijn visuele perceptie en motorische vaardigheden afhankelijk van de ontwikkeling van het lichaamsschema en de motorplanning, en die zijn weer gebaseerd op tactiele, vestibulaire en proprioceptieve informatieverwerking. Tegenwoordig erkennen veel onderzoekers binnen en buiten het veld van de sensorische integratie dat ontwikkelingsdyspraxie of ontwikkelingscoördinatiestoornis (DCD) zijn basis heeft in een ontoereikende verwerking van proprioceptieve input.

We hebben veel geleerd over de verwerking en integratie van prikkels, en hoe deze de kern vormen van het dagelijkse leven. Wanneer mensen moeilijkheden ondervinden met deze informatieverwerking komt dat op verschillende manieren tot uiting. Ayres’ vroege werk heeft onderzoekers over de hele wereld geïnspireerd om de relaties tussen niet goed functionerende sensorische informatieverwerking en leer- en gedragsproblemen te onderzoeken.

We hebben veel geleerd over de verwerking en integratie van prikkels, en hoe deze de kern vormen van het dagelijkse leven.

Ieder van ons heeft een uniek vermogen om prikkels te verwerken en te integreren. Hoewel de sensorische informatieverwerking van mensen overeenkomsten kan vertonen, wordt het vermogen tot integreren van prikkels bepaald door onze genetica, onze ervaringen uit het verleden en heden, en de context. De Ayres Sensory Integration (ASI®)-interventie is een holistische benadering waarin een specifieke context wordt gecreëerd om specifieke sensorische, motorische, emotionele en gedragsfactoren te beïnvloeden. Dat houdt het volgende in: er bestaat een sterke therapeutische band tussen therapeut en cliënt/kind; in de interventie heeft het kind een leidende rol; de interventie is gericht op spel; en de omgeving is er zorgvuldig op ingericht om het kind de juiste uitdaging te bieden, een adaptieve respons uit te lokken en succeservaringen te verzekeren. De interventie omvat specifieke sensomotorische factoren, die invloed hebben op sensorische perceptie, praxis, sensorische reactiviteit en posturele oculaire bilaterale integratie (de samenwerking tussen zicht, houding en beweging en het gebruik van beide handen). Deze combinatie van kenmerken, gebaseerd op kennis van het zenuwstelsel, maakt ASI® tot een unieke aanpak.

Image by hadesdaiphat from Pixabay

In de artikelen die in dit tijdschrift bijeengebracht zijn, behandelen auteurs het functioneren en disfunctioneren van de sensorische integratie, bij kinderen en volwassenen met én zonder andere diagnoses en handicaps. Ze bespreken het belang van sensorische integratie in het dagelijks leven, en de impact die het heeft wanneer er problemen op dat gebied zijn. Auteurs praten over nieuwe tools die worden ontwikkeld en bekijken hoe de toepassing van sensorische integratietheorie nuttig kan zijn bij het begrijpen van andere aandoeningen. Ik moedig je aan om het werk van deze auteurs te lezen en te bedenken hoe deze bron van kennis jouw werk in de praktijk kan beïnvloeden.


Shelly J. Lane is neurowetenschapper, ergotherapeut en hoogleraar Ergotherapie, met een PhD in anatomie en cellulaire biologie. Zij was oprichter van het Sensory Processing and Stress Evaluation (SPASE) Laboratory van de Virginia Commonwealth University, en heeft daar met haar team diverse onderzoeksprojecten naar ‘Sensory Processing Disorders’ uitgevoerd. Momenteel werkt zij bij de Colorado State University, waar zij haar onderzoek naar de neurofysiologische aspecten van sensorische informatieverwerking voortzet.

Vorig artikelHet Smith Magenis-syndroom (SMs); hoe een SI-interventie onderdeel van een multidisciplinaire aanpak kan zijn
Volgend artikelEvaluation in Ayres Sensory Integration® (EASI), een nieuwe test